Mooie woorden
Voor een dag van morgen
Wanneer ik morgen doodga,
Vertel dan aan de bomen
Hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
Die in de bomen klimt,
Of uit de takken valt,
Hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan het kind,
Dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier
Misschien door het alleen aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
Vertel het aan de stad,
Hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet geloven dat
Alleen maar een man, alleen maar een vrouw
Dat een mens een mens zo liefhad
Als ik jou.
-Hans Andreus-
*-*-*
Wat ik je zei
Is al niet meer van mij,
Is hopeloos voorbij.
Wat ik je schreef
Is enkel nog van jou,
Ligt hopeloos vast.
Wat ik verzweeg
Kan ik niet weten
En is van iedereen.
-Leonard Nolens-
*-*-*
Anders
Je bent zo mooi
Anders dan ik,
Natuurlijk niet meer of minder,
Zo mooi anders,
Ik zou je nooit
Anders
Dan
anders
willen.
-Hans Andreus-
*-*-*
Het is mooi een huis te zijn
Voor het enige hart
Dat je niet wil achterlaten.
Het is mooi een ladder te zijn
Voor kinderen
Die op een sombere dag
Naar de zon willen klimmen.
Het is mooi een deur te zijn
Zachtjes knarsend maar toch opengaand
Voor al wie wil binnengaan.
En een raam
Waarin het licht niet dooft
Voor al wie denkt:
Het is al laat.
-Vjatsjelav Koeprijanov-
*-*-*
Liefde is een vis
Die zwemmen wil
Desnoods om te verdrinken.
Liefde is schitterend droevig:
Twee worden slechts
Het hele leven kan ertussen.
-Ed Franck-
*-*-*
Als je alles verzamelt
Wat je ooit hebt
Gedaan
Gezegd
Gedacht
Gevoeld
En je hangt het op
Een witte muur,
Komt er dan
Iemand kijken?
-Ed Franck-
*-*-*
Ik was altijd al
Zo weg van jou
Maar nu jij de wijde wereld introk
Sta ik nergens meer
Jij overal.
-Werner Storms-
*-*-*
Pril
Je wordt wakker, enkel stilte.
Je kijkt om je heen, de bekende dingen.
Een blik door het raam: geen vuiltje aan de lucht.
Aan deze dag is nog niets stuk.
Nu heel voorzichtig opstaan.
-Theo Olthuis-
*-*-*
Ik word wakker met de zon
En geeuw een wolk weg.
Buiten schreeuwt de stilte
Om gezelschap.
Ik kom.
-Frauke Pauwels-
*-*-*
Naar de sterren kijken
En weten dat ik naar dezelfde kijk
Is weten dat je bij me bent
En ik ook op jou lijk.
-Jonas Muys-
*-*-*
De bereikbaarheid van iemand
Is omgekeerd evenredig
Met het volume van zijn stem.
-P. Van den Bergh-
*-*-*
On ne voit bien qu’ avec le coeur,
l’ essentiel est invisible pour les yeux.
-Antoine De St-Exupéry-
*-*-*
Het is makkelijk kwaad te worden.
Maar op de juiste persoon,
In de juiste mate,
Op het juiste moment
En om de juiste reden,
Dat is niet makkelijk.
-Aristoteles-
*-*-*
Todos ven lo que tu pareces,
Pocos sienten lo que tu eres.
-Don Quichote-
*-*-*
Ik mag je.
Nee, ik mag je niet.
Ik moet je.
Dat bedoel ik.
Ik heb je lief.
Nee, heb ik niet.
Ik word je lief.
Dat voel ik.
Ik ga met jou.
Nee, ik ga niet.
Ik sta je bij.
Beloof ik.
Ben stapel op.
Hou je vast:
Ik. Hou. Van. Jou.
Geloof ik
-Bart Moeyaert-
*-*-*
Een
Ik kijk me aan
En glimlach niet,
Zou niet weten
Naar wie.
Ik weet alleen
Wat ik hier
In de spiegel zie.
Mijn spiegelbeeld
Lijkt voor altijd
Het enkelvoud
Van eenzaamheid.
-Bart Moeyaert-
*-*-*
Wakker worden
De ochtend raakt je aan in licht
En nauwelijks merkbaar gapen
Ik stop je in gedicht
Omdat ik wil bewaren
Je adem en zoals je ligt nog
Eventjes wil slapen.
-Lidy Peters-
*-*-*
Vanzelf
De rups wordt de vlinder.
De bloesem wordt de kers.
Het jaar gaat van de
Zomer over in de herfst.
De boom begint te kalen.
De vogel verlaat het nest.
En jij wordt groot, maar
Minder vanzelf dan de rest.
-Bas Rompa-
*-*-*
Praten
Hoe alles is
Hoe wij zijn
En waarom
De wereld ver
Jouw hand dichtbij
Zodat ik eindelijk lig
Met jouw woorden
Tussen mijn strelende vingers.
-Ed Franck-
*-*-*
Eerste keer
Wachten tot je komt
Is studeren op het afscheid.
Je kunt niet dichterbij
Dan door mij heen.
Dan door mij heen.
Ik sta versteld: ik had
Nog plaats, een leegte
Die nu altijd blijft. Liefde
Is verleden tijd voor lief.
-Ted Van Lieshout-
*-*-*
Verliefd verlangen
Vlindert dag en nacht
Onrustig in mij rond
En komt daar
Zonder meer
Niet tot bedaren
Dat heb ik wel ervaren.
-Nannie Kuiper-
*-*-*
Sprookje
Toen ik klein was
Met jong mooi haar
Bouwde ik ergens
Een kaartenhuis
In een dal
Onder de wind
De muren waren ruiten
Het dak was van klaver
En voor de deur
Stond hartenvrouw
Maar nooit in mijn sprookje
Vond Sneeuwwitje
Een prins
Die bleef.
-Paul Snoek-
*-*-*