Huizen vol angst,
Straten vol pijn,
‘n Wereld gevuld met vulgariteit.
Laat me – slapend – op de vlucht,
Nooit thuis.
Mijn blik is vermoeid.
(11/12/’05)
*-*-*
Moedig draagt gij ‘t lijden,
Treurnis, droefheid, diep in u.
Maar nimmer wilt gij scheiden,
Van ‘t leven dat gij hebt,
In ‘t hier en ‘t nu.
(17/05/’07)
*-*-*
Starend
Kijk ik de leegte diep in de ogen,
Weer die confrontatie.
Mijn hart, reservoir van liefde,
Mijn ziel, opslagplaats van dromen,
Mijn lijf, vol fantasie.
Verweesd blijf ik achter
(nog steeds)
Oog in oog met die leegte.
(06/01/’06)
*-*-*
Hoe wonderschoon zijt gij,
Bij ‘t ochtendgloren,
Bij ‘t krieken van de dag.
Levenskracht, mijn macht.
(16/05/’07)
*-*-*
Met zachte krijtlijnen
Schrijf ik je naam,
Aarzelend,
Stilzwijgend,
Hopend…Dat deze droom werkelijkheid wordt.
(30/01/’06)
*-*-*
Ik verdrink in mijn verdriet,
Niemand die me hoort,
Niemand die me ziet.
Ik verdrink in m’n verdriet,
Niemand die me helpt,
Niemand die me liever niet verdrinken ziet.
(18/02/’01)
*-*-*
Ik verslind je,
Tergend traag,
Ontbind je.
Jij & jezelf
Zoeken elkaar.
(aug. ‘06)
*-*-*
Ik hoor je,
Ik zie je,
Ik voel je,
Ik ruik je,
Ik proef je.
Kus.
(22/04/’03)
*-*-*
Je zit daar,
Starend in het niets,
Niet wetend waarheen.
Wachtend op het moment,
Waarop je adem stokt,
Je hart niet meer klopt.
Dood.
(01/10/’02)
*-*-*
Als ‘n vlinder met gebroken vleugels,
Gedachten zijn slechts luchtkastelen,
Die drijven op het ritme van de wind,
Naar zonniger oorden,
Waar ze leven in lieve vrede,
En al zoekend naar rust zichzelf vinden.
(19/07/’07)
*-*-*
Liefste,
Ik zoek een woord,
Lief en zacht,
Teder en ongedwongen,
Puur en echt.
Werkelijk, zo dichtbij,
En toch veraf.
Niet meer dan een
“Ik. Hou. Van. Jou.”
(24/04/’04)
*-*-*
Pijn,
Gekerfd,
Gebrand op je arm,
Getekend door het leven.
Hoelang nog?
Angst,
Overal,
Nergens,
Alleen.
(okt. ‘04)
*-*-*
‘k Wil u bezingen met dit liefdeslied,
Helaas vind ik de woorden niet.
Ja Muze, gij daar in m’n geest,
Ge laat me in de steek,
Voor ‘t eerst (en ‘t meest).
Ik kan niet vele zeggen,
‘k Kan alleen mijn ziel voor u openleggen.
(28/04/’07)
*-*-*
‘t Doet me pijn je zo te zien,
Verward,
Gekwetst,
Alleen en eenzaam op deze wereld.
Je blik is verstard,
Je hart verkild.
Elk gevoel ontglipt je,
Je kan geen traan meer laten,
Je bent geen mens meer.
Als ik je zo zie,
Banen de tranen zich voorzichtig
Een weg over m’n wangen.
En ik wacht…
Wacht tot je weer een mens kan worden zoals ik.
(febr. ‘02)
*-*-*
Tomeloze passie,
Vurig verlangen,
Voel je warme adem
Op m’n huid.
Heerlijk voelt het.
Je handen op zoek naar mijn diepste zijn.
Volmaakt.
Eeuwigdurend.
(20/07/’07)
*-*-*
Het regent buiten,
Druppels kletsen tegen de ramen,
En glijden voorzichtig langs het glas naar beneden,
Zoals de tranen die over m’n wangen rollen.
Ik heb verdriet en ik weet niet waarom,
Misschien is het daarom wel dat ze zo voorzichtig glijden.
(febr. ‘01)
*-*-*
Vlug geef ik je een afscheidskus
En ik proef een zoete traan.
Huil niet omdat ik wegga,
Huil niet omdat je me zal missen,
Huil niet omdat ik niet meer bij je zal zijn,
Maar huil omdat je van me houdt.
(19/10/’01)
*-*-*
‘t Is moeilijk afscheid te nemen
En niet te weten wanneer je elkaar ooit nog ‘ns zal ontmoeten.
Weggaan,
Je eigen weg-gaan,
Zoeken naar wie je werkelijk bent en wat je wil.
Weggaan is een beetje blijven,
Een beetje geluk,
Een beetje verdriet.
(apr. ‘00)
*-*-*
Oh schone,
Wat vraagt gij mij,
‘k Kan ‘t u nimmer geven,
Gij eist en regeert,
Enkel mijne herte kan ik u voor eeuwig toevertrouwen.
(28/04/’07)
*-*-*