Echt?

Wat hoor ik net op het radionieuws?! Ik check de online kranten. Ik zet snel even de tv op. Overal hoor/lees/zie ik hetzelfde: Osama Bin Laden is (ge)dood. Dood? Zoals in gestorven en komt nooit meer terug? Van de kaart geveegd en voor eeuwig onder de grond om er te dienen als voedsel voor kriebelbeestjes? Echt? Of is ‘t een fopje?

Stickers

Het is weer zo ver. Je kan er niet om heen. Aan élk verkeerslicht in Vlaanderen. Het Rode Kruis. Mét hun stickers. Vijf luttele euro’s voor zo’n reepje. En toch koop ik er geen! Waarom niet? Omdat ik mijn geld niet geef aan zo’n dwaas item. Wat moet je met zo’n kleefbandje aanvangen?! Niks! Niks, zeg ik u! Verkoop toch eens iets nuttigs! Een balpen voor vijf euro ten voordele van ‘t Rode Kruis, ik kocht er direct eentje. Post-its, een luchtverfrissertje, een condoom,… Noem maar op! Maar stickers, nee dank u. Daarvoor grabbel ik niet in mijn tas naar dat briefje van vijf en laat ik mijn raampje netjes dicht.

Eeuwige zoektocht?

Een tweetal weken geleden gaf ik mijn ontslag bij mijn huidige ‘werkgever’ (die er eigenlijk niet echt één is aangezien we onder zelfstandig statuut werken – ook al is dat meer schijn dan wat anders, maar goed, daar weid ik niet verder over uit of dit wordt een ellenlange post). Goed uitgekiend, precies tijd om mijn drie maanden ‘opzeg’ te doen (ook dat heeft geen enkele waarde) en op 30 juni definitief te zeggen: Adieu! De zoektocht naar een andere boeiende job is reeds lange tijd bezig. U moet weten dat ik geregeld de vacaturesites in het oog hield/hou omdat ik wist dat ik het daar hoogstens twee jaar zou uithouden. Maar een uitdagende job vinden in mijn sector is heden ten dage niet bepaald evident. Overal hoor je positieve berichten dat er nooit zo veel vacante functies waren en blablabla. Wel, ik zal u zeggen. Ik betwijfel dat ten zeerste. Om mijn mening/gevoel te illustreren het volgende. Ik surf naar de vdab-site: 100 000 vacatures, véél toch?!, hoor ik u denken. Inderdaad. Maar dan… Ik selecteer “Master”, er blijven nog zo’n 5000 vacatures over. Ik ga verder: “Master in de psychologie/pedagogie” (en even voor alle duidelijkheid: het moet pedagogieK zijn, dat weten ze bij de vdab ook nog steeds niet). Hoeveel blijven er nu nog over? 100! Maar we zijn er nog niet, ik selecteer verder: “Master in de pedagogische wetenschappen” (eindelijk de goede titel). En jawel, hoeveel houden we er nu nog over? Welgeteld 17! En dan heb ik nog niet eens geselecteerd op regio! Over ons héle Belgenlandje 17 vacante functies volgens mijn diploma. Nog nooit zo veel vacatures?! Ik denk het niet! Toch zeker niet in mijn sector. Ik kan me maar beter grondig omscholen en IT-er of ingenieur worden, die worden met hòpen gevraagd…

Drinken tot je er bij neervalt…

Vorige week zag ik op Koppen XL een reportage over jongeren en alcohol. En ik moet zeggen, ik was weer maar eens met verstomming geslagen… In de reportage werden jongeren gefilmd die samen op de lappen gaan. Hun doel: drinken om zo snel mogelijk zo zat als een patat te zijn. In het Engelse jargon wordt het ‘binge drinking’ genoemd, in het Nederlands vertaald als ‘comazuipen’. Ik noem het ‘dwaas-zielig-en-onverantwoord-ik-speel-met-mijn-gezondheid-spelletje-wie-zuipt-het-meest-in-een-korte-tijdspanne-en-is-het-snelst-zo-zat-als-een-patat… Ze zeggen al maar door dat ze weten wat ze doen, maar mij maak je dat niet wijs. Als je twee liter alcohol in je gilet hebt gekapt, weet je niét meer wat je doet en ken je je grenzen – absoluut zeker – niét meer. En dat het schadelijk is voor hun gezondheid, ontwikkeling, hersenen,… daar zijn ze zich duidelijk niet van bewust. Het lijkt alsof er geen leuke avond in het verschiet ligt als je je al niet lazarus hebt gedronken. Moet je werkelijk straalbezopen zijn om je te amuseren?! Als je ‘t mij vraagt: nee! Ik vind het zelfs zielig als je je niet weet te vermaken zonder dat je retezat bent. Afhankelijk – en ja, dat is het! – van den drank, ronduit triestig… Begrijp me nu niet verkeerd hè, ik heb niks tegen alcohol an sich. Ik hou absoluut ook van een (of meer :cool: ) lekker glaasje wijn, een heerlijke cocktail of een verfrissend aperitiefje maar ik drink mezelf nooit strontzat om me te amuseren (nooit gedaan en ik zal het ook nooit doen). Dààr heb ik wél iets tegen. Het is echt niet nodig om zo scheef te zijn als een wortel om plezier te maken. Is dat wel zo, dan heb je een gròòt probleem. Die jongeren moeten duidelijk nog leren om ‘gewoon’ te genieten van een lekker glaasje en niet zomaar te drinken om te drinken.
De reportage kan je hier integraal bekijken.

Twittergek

Vorige week las ik dit in de krant:
Neen, De kazakkendraaiers, dat wordt niets, zo wist ik al na een paar minuten. En ik zat dan nog niet eens voor de tv. Ik wist het dankzij Twitter en Facebook. Honderden (duizenden?) mensen, ook ik, kijken tegenwoordig tv met een smartphone in de hand en/of een laptop op de schoot. Nu ik erover denk: misschien kan u ook twitteren over dit stuk terwijl u het leest? (‘Kristof Hoefkens raakt maar moeilijk op dreef #zoubetereenanderberoepzoeken’).
Het is een begrijpelijke reflex die we allemaal hebben: elke gedachte delen die in je opkomt. En soms is het ook prima. Awardshows zijn geweldige momenten om massaal virtueel te discussiëren over de kleren van de sterren. Sportwedstrijden werken ook, of verkiezingsprogramma’s. Heerlijk hoe de mening van de massa zijn weg vindt naar de buitenwereld.
Maar er zijn ook programma’s en momenten waar het niet hoort. Mij begint het te irriteren: al dat getweet tijdens fictieseries (‘Kijk dan niet op Twitter #dwazejournalist’). Je zal als maker maar een spanningsboog opgebouwd hebben, nagedacht hebben over een vertelstructuur, naar een pointe toegewerkt hebben: en voor je goed en wel een kwartiertje bezig bent, ben je al genadeloos neergesabeld door de Twittermeute. We hebben Twittiquette nodig. (‘Wat zit De Standaard te zagen over Twittiquette? #oudemedia #Twitterisdetoekomst’) Wat denken jullie van deze regel: je moet wachten tot na het programma om je mening te geven.
Twitter en Facebook hebben ons collectieve geduld aangetast. Iets moet goed zijn, en het moet nú goed zijn. Een programma – maar ook ons leven – moet aan elkaar hangen van de twitterbare hoogtepunten. Mijn grootmoeder zegt nochtans altijd: ‘geduld is een schone deugd.’ (‘Je grootmoeder is oud en weet niet waarover ze praat. #belachelijkstuk #Twitteristochnogsteedsdetoekomst’)
(Bron: destandaard.be (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=CC36UN6M&utm_source=facebook&utm_medium=social&utm_content=article&utm_campaign=seeding))

En ik dacht, sapperdepitjespotvolkoffie, gelijk heeft die vent! Hier in huis loopt ook zo’n twittergek mannetje rond en bij momenten krijg ik er waarlijk ‘t schijt van! Werkelijk op élk moment moet àlles gedeeld worden met zogenaamde virtuele ‘vrienden’ die je van haar noch pluim kent. Wat heeft die wildvreemde te maken met het feit dat jij gaat kakken en een boekske zit te lezen ondertussen? Niks! Wat moet een ander met de informatie dat je je kat vandaag nog niet hebt gezien?  Niks! Wat heeft een ander aan al die dwaze, onnozele, naast-de-pot-gepiste, inhoudsloze,…  vragen/statements/uitspraken/of-hoe-je-zo’n-prietpraat-ook-wil-noemen #justasking? Niks! N-I-E-T-S, zeg ik u! Al dat getwitter, nutteloos. Het neemt alleen maar tijd in beslag die je nuttiger kan besteden, imho. En ja, noem mij nu maar #oldschoolgirl #diesnapterechtniksvan. :cool: