Into space
Je kon er vandaag – de afgelopen dagen eigenlijk – gewoonweg niet naast kijken (en dit tot mijn grote ergernis). Frank De Winne werd deze middag voor een tweede keer het luchtruim ingestuurd. Maar wat een heisa daarrond wordt gemaakt! Jezus Christus! Ik word er horendol van! Ze waren zelfs zo zot om er een extra journaal aan te wijden! Lieve hemel! Stel je voor! Wat kan het mij nou schelen of dat ruimtetuig om drie minuten vòòr of nà halfeen wordt afgevuurd nadat ze vakkundig door één of andere priester rijkelijk gezegend waren en tegen het linker achterwiel van de bus gepist hadden?! Dat die drie pipo’s daar zes maanden lang in ‘de ruimte’ hangen te zweven, zegt me maar weinig. Ik vraag me dan altijd af wat hun vrouw, kinderen en andere toebehoren/aanhangels daarover denken… Ik zie het zo al voor me bij de slager:
Marie-José van achter den hoek: Seg, waar is de Frank? ‘k Heb hem al weken niet meer gezien! Is-ie niet in zijn sas?
Waarop Mevrouw De Winne schromelijk antwoordt: Ah, die hangt ergens tussen de maan en de sterren, drinkt z’n eigen urine, draagt dagen hetzelfde ondergoed en kan in die zes maanden geen enkele keer een douche nemen. En als we misschien heel even wat geluk hebben (als-ie net boven België zweeft), krijgen we van hem een mailtje: “No worry, everything’s alright in space! Ons schip is nog niet gekaapt door ruimtewezens. Greetz from spacetown, Frank.”
Ja-hallo-kroket! Ik vind het maar geld-smijt-weg al dat gedoe. Zouden ze al die (nutteloos) geïnvesteerde miljoenen (wie weet zelfs miljarden!) niet beter gebruiken om de levens van zoveel kindjes in Afrika te redden?
